Vogels

Bonte strandloper
Bonte-strandloper

De bonte strandloper is een kleine en compacte steltloper, welke het gehele jaar in Nederland gezien kan worden. Vooral tijdens de voor- en najaarstrek en gedurende de winter kunnen op het Wad reusachtige groepen gezien worden welke van en naar de hoogwatervluchtplaatsen trekken. Bijna 30% van de Europese bonte strandlopers overwintert in Nederland.


Europese verspreiding

In Europa leven twee van de drie ondersoorten van de bonte strandloper. Eén daarvan, de nominaatvorm C. a. alpina bereikt in Nederland grofweg de zuidgrens van haar areaal. Alleen in zuidelijk Groot-Brittannië broeden enkele bonte strandlopers nóg zuidelijker. De grootste aantallen worden gevonden op IJsland, Zweden en Noorwegen nemen de hoofdmoot van de continentale broedpopulatie voor hun rekening. Ook op Groenland en in Siberië komen bonte strandlopers voor: het is een soort met een circumpolaire verspreiding door het gematigd en arctisch gebied.


Biotoop

Gorzen en slikken, hoogveen, intergetijdenzone, kust, strand, wad, zee.


Voedsel-en broedbiotoop

Bonte strandlopers broeden op hoogvenen, blauwgraslanden en andere plaatsen met een korte maar dichte vegetatie. Deze moet rijk aan bulten en kuilen zijn (een zogenaamde pollenstructuur), in de nabijheid van slikkige plaatsen. Rivieroevers en de intergetijdenzone, kwelders en slenken vormen prima foerageergebied voor de bonte strandloper.


Gedrag

Leeft vooral in groepen. Tijdens het zoeken naar voedsel pikken ze actief in het slik. Op hoogwaterrustplaatsen wachten ze geduldig al 'slapend' tot het moment dat het weer laag water wordt. Dan stijgen ze massaal op en vormen ze een grootte wolk om later neer te strijken op de drooggevallen platen.


Trekroute

Bonte strandlopers trekken voornamelijk langs de kust, maar snijden hun route soms een stukje over land af. De broedvogels uit het Oostzeegebied en oostelijker trekken over land naar het Middellandse- en Zwarte Zeegebied.


Overwinteringsgebied

Bonte strandlopers overwinteren in Nederland, maar ook in de kustzones van Zuid-Europa en Noord-Afrika.


Oorzaak afname/toename

De bonte strandloper broedde in de eerste helft van de 20e eeuw sporadisch langs de kust en in het binnenland. Schaarsbegroeide buitendijkse broedgebieden gingen verloren door de aanleg van de afsluitdijk in de Zuiderzee. Door het verdwijnen van kustdynamiek en verzoeting van het water werd de begroeiing te veen en te hoog en daardoor niet meer geschikt. Het verdwijnen van blauwgraslanden leidde eveneens tot biotoopverlies.


Aantal en trend

Het is zeer moeilijk om te bepalen óf er bonte strandlopers broeden in Nederland. Dat komt doordat het hele jaar door groepen bonte strandlopers te zien zijn. Sommigen baltsen in het voorjaar, waardoor het vermoeden van broeden ontstaat. Maar veel vogels blijken in de praktijk niet tot broeden te komen. Waarschijnlijk broeden elk jaar nét wel of nét geen bonte strandlopers binnen de landsgrenzen. De nesten zijn zeer goed verborgen en daardoor niet of nauwelijks te vinden. Tot het einde van de 19e eeuw broedde de bonte strandloper veel vaker in Nederland; toentertijd was er meer geschikt broedgebied dan nu het geval is. De Deltawerken zijn er waarschijnlijk de oorzaak van dat de aantallen bonte strandlopers in de Delta sinds de voltooiing ervan sterk zijn afgenomen.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Jaargast. Onregelmatige, mogelijk uiterst schaarse broedvogel; doortrekker in zeer groot aantal; wintergast in groot aantal; zomergast in vrij groot aantal.


Overige namen

Dunlin , Calidris alpina


Orde

Charadriiformes


Familie

Strandlopers (Scolopacidae)


Broedperiode

Mei - Juni


Aantal eieren

4


Aantal legsels

1


Snavel

Snavel iets langer dan kop, licht omlaag gebogen en donker van kleur.


Poten

Vrij korte, donkere poten.


Opvallende kenmerken

Ziet u langs de kust een grote groep kleine standlopertjes dan zijn dit bijna altijd bonte strandlopers. Het is een prachtig schouwspel om een grote groep standlopers in de vlucht te volgen. De ene keer scheren ze over het water en stijgen plots omhoog omdaarna weer naar beneden te tuimelen, dit alles in een gesloten groep. Heeft veel weg van een groep spreeuwen. In het broedseizoen valt de zwarte onderbuik duidelijk op.


Voedsel

Insecten en larven, wormen, kreeftachtigen, schaaldieren en weekdieren.




Welke ander leefgebieden

Duinen Goeree & Kwade Hoek
Duinen Goeree & Kwade Hoek
Voordelta
Voordelta
Grevelingen
Grevelingen