Vogels

Bruine Kiekendief
Bruine-kiekedief-04---a.-de-la-sencerie

Van de drie soorten in Nederland broedende kiekendieven is de bruine kiekendief verreweg de algemeenste. Dit is altijd zo geweest, want Nederland bulkte van oudsher van geschikt leefgebied voor deze soort: moerasland. Het is dan ook een vogel met vele volksnamen, zoals rietwouw en hoanskrobber (hanenschrobber), een aanwijzing dat de soort goed bekend was bij de plattelandsbevolking. Niet dat het nu een populaire vogel was, in tegendeel! De officiële Nederlandse naam (afgeleid van kuikendief) wijst op de voorheen grote impopulariteit van de bruine kiekendief. De bruine kiekendief is een echte moerasvogel, met een voorkeur voor rietland. Lokaal kan de soort, als er sprake is van een hoge muizendichtheid, ook droger habitat bezetten, zoals bouwland. Van de drie soorten broedt en jaagt de bruine kiekendief in de natste, en hoogste vegetaties.


Europese verspreiding

De bruine kiekendief komt in het grootste deel van Europa voor, maar op de Britse Eilanden is de verspreiding vrijwel beperkt tot het uiterste zuidwesten.


Biotoop

Hoogveen, moeras, oevers, plassen, rietland en ruigte


Voedsel-en broedbiotoop

De bruine kiekendief is een echte rietvogel. Natte ruigtevegetaties, met daarin enkele struiken die worden gebruikt om een nest te bouwen dat ook bij een verhoogde waterstand droog blijft, en vooral veel riet: dat is wat bruine kiekendieven nodig hebben. In deze gebieden is het vooral belangrijk dat de rust gewaarborgd is; verstoring is voor alle kiekendieven funest.


Gedrag

Alle kiekendieven hebben een actieve manier van jagen, waarbij ze laag boven de grond hun jachtgebied afzoeken op een kenmerkende manier, met veel draaien, schommelen, kort bidden, etc. Ze kunnen zo jagen omdat kiekendieven een groot vleugeloppervlakte hebben ten opzichte van hun gewicht. De bruine kiekendief hanteert een rustiger jachtvlucht dan de blauwe en de grauwe. Hij jaagt veel dichter bij het nest dan deze soorten en zoekt zijn jachtgebied ook grondiger af.


Overwinteringsgebied

Een deel van de Europese populatie overwintert in Afrika en in de winter zijn de meeste Bruine Kiekendieven dan ook naar het zuiden weggetrokken.


Oorzaak afname/toename

Over het algemeen nemen de aantallen in Noord-Europa toe, en in Zuid-Europa juist af. In Mediterrane landen als Spanje heeft de soort te lijden van verdroging van de broedgebieden. In Frankrijk is vergiftiging door lood een probleem voor bruine kiekendieven. Ze krijgen dit binnen via hagel in de lichamen van dode watervogels. In Oost-Europa worden nog steeds veel wetlands drooggelegd. Omdat de algehele trend niet negatief is, wordt de bruine kiekendief door BirdLife International niet als bedreigd beschouwd. Overigens zal klimaatverandering zorgen voor een verandering van de verspreiding. Zuid- en Zuidwest-Europa zullen door verdroging grotendeels ongeschikt worden als broedgebied. De verwachting is dat de soort juist zijn broedgebied zal kunnen uitbreiden naar het noorden, noordoosten en het noordwesten, omdat klimatologisch gezien het daar alsmaar gunstiger zal worden voor bruine kiekendieven.


Aantal en trend

De bruine kiekendief is in Europa vooral een broedvogel van de laagvlaktes en delta’s. Het aantal wordt geschat op hooguit 140.000 paar. De moerasrijkste landen van Europa herbergen de meeste bruine kieken. Rusland telt 40.000-60.000 paar, Oekraïne 13.800-23.600 paar. Nederland neemt in Noordwest-Europa een belangrijke plaats in voor de bruine kiekendief, met naar schatting 1300-1450 paren aan het einde van de jaren negentig. De Oostvaardersplassen, de Lauwersmeer, de Biesbosch en de Wieden waren rond 1980 de belangrijkste broedgebieden van Nederland, maar naderhand werden de Waddeneilanden steeds belangrijker. In vergelijking met andere roofvogels broedt een groot deel van de Nederlandse bruine kiekendieven in Natura 2000-gebieden: zo’n 48 %. Alleen dat van de inmiddels zeer schaarse blauwe kiekendief is hoger. De verspreiding van de bruine kiekendief in Nederland is geconcentreerd in het lage deel van Nederland en sluit naadloos aan bij dat in Noord- en Oost-Duitsland, Polen, Wit-Rusland en Oekraïne. Over het algemeen nemen de aantallen in Noord-Europa toe, en in Zuid-Europa juist af.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Jaarvogel. Vrij schaarse broedvogel; doortrekker in (vrij) klein aantal; wintervogel in uiterst klein aantal


Overige namen

Marsh Harrier, Circus aeruginosus


Orde

Accipitriformes


Familie

Havikachtigen (Accipitridae)


Snavel

Slanke haaksnavel (vleeseter)


Poten

Krachtige klauwen en relatief lange poten, geschikt voor het grijpen van prooien


Opvallende kenmerken

Iets groter dan buizerd maar veel slanker en met langere staart en vleugels en beide geslachten hebben een lichte kop


Voedsel

Bruine kiekendieven jagen op kleine vogels en hun kuikens (de 'kiekens'), maar ook kleine zoogdieren worden graag genuttigd.




Welke ander leefgebieden

Haringvliet
Haringvliet
Grevelingen
Grevelingen
Krammer-Volkerak
Krammer-Volkerak
Biesbosch
Biesbosch