Vogels

Dwergstern
Dwergstern

De dwergstern is een kenmerkende kolonie-broedvogel van een - voorheen - typisch Nederlands biotoop: Kale tot schaars begroeide eilandjes en stranden nabij uitgestrekte, ondiepe en visrijke wateren. Vooral in de Delta en in het Waddengebied vinden we dergelijke leefgebieden. Het zijn zomervogels die arriveren in april en in september weer naar de overwinteringsgebieden voor de kust van West-Afrika trekken. Het voedsel in de broedtijd bestaat uit kleine vis als jonge sprot en zandspiering.


Europese verspreiding

Dwergsterns komen in heel Europa voor langs de kust en langs rivieren en grotere meren tot ver in het binnenland. Italië, Spanje en het Verenigd Koninkrijk zijn de belangrijkste dwergsternlanden.


Biotoop

Kust, strand, wad, zee


Voedsel-en broedbiotoop

Het nest bestaat uit een kommetje in het zand, meestal in een kale omgeving, soms gecamoufleerd door enkele planten.


Gedrag

Onmiskenbaar een stern: onder luid gekrijs stort de vogel zich op visjes en garnalen, in de duikvlucht de vleugels samenvouwend en als een raket in het water duikend.


Trekroute

Kustzone


Overwinteringsgebied

Bij zeer koud weer trekken dwergsterns langs de kust naar mildere oorden.


Oorzaak afname/toename

Dwergsterns staan op de Rode Lijst vanwege de duidelijke afname, de zeer beperkte verspreiding en de gebondenheid aan kwetsbaar broedbiotoop (motieven C en D).


Aantal en trend

Door de uitvoering van de Deltawerken, de havenuitbreiding van Rotterdam en de opkomst van het massatoerisme op de stranden zijn veel broedplaatsen ongeschikt geworden of geheel verdwenen. Bovendien leidde de vergiftiging van het in de Noordzee stromende Rijnwater in de jaren zestig tot sterfte, waardoor eind jaren zestig nog maar 100 paren in Nederland broedden. Na een verbod op de lozing van de belangrijkste boosdoeners in de Rijn vond een gestage toename plaats, maar het peil van voor de jaren zestig (rond de duizend paar) wordt bij lange na nog niet gehaald. De laatste jaren broeden jaarlijks 250-450 paar in ons land, zo'n driekwart hiervan in de Delta en de rest in het Waddengebied.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Zomervogel. Schaarse broedvogel; doortrekker in vrij klein aantal


Overige namen

Little Tern , Sterna albifrons


Orde

Charadriiformes


Familie

Sterns (Sternidae)


Broedperiode

Begin mei tot begin juni


Aantal eieren

3, soms 2-5


Snavel

Spitse snavel, bijna zo lang als de kop


Poten

Korte gele poten


Opvallende kenmerken

Zeer klein voorkomen en erg slank. Het witte voorhoofd is erg opvallend. De soort dankt er zijn wetenschappelijke naam 'albifrons' aan.


Voedsel

Visjes en garnalen




Welke ander leefgebieden

Grevelingen
Grevelingen
Haringvliet
Haringvliet
Krammer-Volkerak
Krammer-Volkerak