Vogels

Grauwe Kiekendief
Grauwe-kiekendief

Grauwe kiekendieven zijn vogels van open landschappen. Het voedsel bestaat uit kleine gewervelden (vooral muizen en zangvogels) en insekten en wordt vaak op grote afstand van het nest verzameld. Het zijn trekvogels, die overwinteren in tropisch Afrika. De herkenning van grauwe kiekendieven is vaak lastig, omdat de soort erg lijkt op de blauwe kiekendief. Grauwe kiekendieven komen in Nederland bijna alleen voor in Noordoost-Groningen, het Lauwersmeer en Flevoland. Dankzij de inzet van vrijwilligers en vogelbeschermers kon de grauwe kiekendief voor Nederland behouden blijven.


Europese verspreiding

De grauwe kiekendief is een typische palearctische vogel, die vooral in Rusland en Wit-Rusland voorkomt. Dichter bij huis zijn Frankrijk en Spanje belangrijke landen voor de soort. Korenvelden vormen in veel landen het alternatief voor de natuurlijke habitat; uitgestrekte steppegebieden en ondiepe moerassen.


Biotoop

Akkers, graslanden, weiden (kleinschalig)


Voedsel-en broedbiotoop

Grassteppen of de cultuurlijke variant daarvan: graanakkers of langdurig braakliggende akkers, waarop zich een ruigtevegetatie heeft ontwikkeld.


Gedrag

Vliegt laag over de grond met de vleugels in een ondiepe v-vorm


Trekroute

Continentaal Europa, over de Middellandse Zee, over de Sahara naar de Sahel.


Overwinteringsgebied

Grauwe kiekendieven overwinteren in Afrika, ten zuiden van de Sahara langs de zuidrand van de Sahel. Hier overzomeren ook eerstejaars jongen, hoewel er volop uitzonderingen gemeld zijn.


Oorzaak afname/toename

Afname van geschikt leefgebied door veranderingen in de landbouw zijn de hoofdoorzaak voor de afname van het aantal grauwe kiekendieven. Zonder nestbescherming hebben jonge grauwe kiekendieven vrijwel geen kans om een vliegvlugge leeftijd te behalen.


Aantal en trend

De grauwe kiekendief is in de loop van de eeuw gestaag in aantal afgenomen; van 500-1000 paar rond 1900, 250 paar in 1950 en 50 paar in 1980 tot minder dan tien paar in 1990. Belangrijke oorzaken van deze enorme afname zijn het verdwijnen van grote oppervlaktes heide, stuifzanden en hoogvenen en de ongeschiktheid voor de soort van het hoogproduktieve agrarische landschap, dat ervoor in de plaats kwam. In de duinen spelen vooral versnippering en verstoring een negatieve rol. De grootschalige braaklegging van akkergronden in Oost-Groningen leidde onverwacht tot een - mogelijk slechts tijdelijke - opleving van de soort; hier broeden de laatste jaren 10 tot 20 paren.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Zomervogel. Uiterst schaarse broedvogel; doortrekker in zeer klein aantal


Overige namen

Montagu's Harrier , Circus pygargus


Orde

Accipitriformes


Familie

Havikachtigen (Accipitridae)


Broedperiode

Begint in mei tot begin juni


Aantal eieren

4-5, soms 3-10


Snavel

Slanke haaksnavel


Poten

Geel, met stevige klauwen


Opvallende kenmerken

Zeer slanke kiekendief met een veerkrachtige vlucht, bijna sternachtig. Heeft maar 4 zichtbare 'vingers' aan de vleugelpunten, dit in tegenstelling tot de Blauwe Kiekendief die er 5 heeft.


Voedsel

(Veld)muizen en akkervogels als graspieper en veldleeuwerik.




Welke ander leefgebieden