Vogels

Grote karekiet
Grote-karekiet

De grote karekiet is een typische rietbewoner met een stevig postuur. Van alle rietzangerachtigen is de grote karekiet het meest gebonden aan flinke oppervlakten stevig, overjarig riet aan de rand van open water. Dat heeft vooral te maken met het zware nest, dat door jong riet of andere vegetatie niet gedragen kan worden. Grote karekieten leven van middelgrote insekten en slakken, die liefst in dichte, kruidenrijke vegetatie verzameld worden. Het zijn trekvogels, die de winter doorbrengen in tropisch Afrika.


Europese verspreiding

De grote karekiet komt voor op die breedtegraden met een gemiddelde dagtemperatuur in Juli tussen de 17 en 32 graden Celsius. In het Verenigd Koninkrijk ontbreekt de soort, in Scandinavië komt de grote karekiet alleen voor in Zuid-Zweden en in zuidelijk Finland. Roemenië en Wit-Rusland zijn belangrijke broedgebieden.


Biotoop

Plassen, rietland en ruigte.


Voedsel-en broedbiotoop

Overjarig rietland


Gedrag

Leeft verborgen in het riet maar is zingend vanaf een zangpost vaak vrij goed waarneembaar.


Trekroute

De grote karekieten die in Nederland broeden, trekken via een zuidelijke tot zuidwestelijke route naar tropisch Afrika.


Overwinteringsgebied

Tropisch Afrika


Oorzaak afname/toename

De sterke afname van het aantal broedparen, de fors afgenomen verspreiding en de gebondenheid aan kwetsbaar broedbiotoop zijn redenen om de grote karekiet op de Rode Lijst te plaatsen.


Aantal en trend

De grote karekiet is van oudsher een vogel van laagveenmoerassen, het rivierengebied en binnendijkse kreken in de Delta. Op de zandgronden is hij altijd zeldzaam geweest. In de eerste decennia van deze eeuw bedroeg het Nederlandse broedbestand waarschijnlijk vele duizenden paren. Al vanaf de jaren vijftig wordt gesproken van een afname, en rond 1975 is het bestand geslonken tot 1200-1600 paar. Nadien heeft de afname zich onverminderd voortgezet, tot een aantal van 400-450 paar in 1992. De moerassen van Noordwest-Overijssel zijn het belangrijkste overgebleven broedgebied. Daarnaast spelen moerassen in het rivierengebied, Midden-Nederland, de Randstad en de Randmeren nog een rol van betekenis. In België is de soort recent als broedvogel verdwenen.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Zomervogel. Zeer schaarse broedvogel; doortrekker in (zeer) klein aantal


Overige namen

Great Reed Warbler , Acrocephalus arundinaceus


Orde

Passeriformes


Familie

Zangers (Sylviidae)


Snavel

Dikke, vrij lange snavel (lijsterachtig)


Poten

Krachtig en donker.


Opvallende kenmerken

Weinig opvallende kenmerken maar gelukkig is de zang gemakkelijk te herkennen.




Welke ander leefgebieden