Vogels

Grutto
Grutto---a.-de-la-sencerie

Grutto's zijn dè ambassadeurs van het Nederlandse polderlandschap. Nergens ter wereld is deze van oorsprong op riviergraslanden en hoogvenen broedende vogel zo talrijk als in de contreien van oer-vaderlandse dorpen als Broek-in-Waterland of St. Nicolaasga. Zelfs binnen de stadsgrenzen van Amsterdam broeden meer grutto's dan in heel Groot-Brittannië en Frankrijk tezamen! Nederlandse grutto's broeden bij voorkeur op vochtige veengraslanden en leven van wormen en ander klein gedierte dat op of in de bodem leeft. De winter wordt doorgebracht in Westafrikaanse moerassen en rijstvelden. Oorspronkelijk broedden grutto's op riviergraslanden en hoogvenen. Vandaag de dag zijn grutto's in die gebieden nauwelijks nog te vinden. De grutto heeft een, tot recentelijk, uitstekend habitat gevonden in graslanden in agrarisch gebruik. Nu verdwijnt de grutto ook daar bijzonder snel. Er is nog een gruttosoort, de Rosse Grutto (Limosa lapponica lapponica). Deze broedt niet in Nederland maar overwintert hier in vrij groot aantal. De grutto heeft ook een ondersoort, de 'IJslandse grutto' (Limosa limosa islandica), welke in klein aantal doortrekt. Enkele ijslandse grutto's overwinteren in Nederland. Grutto's trekken meestal terug naar hun geboorteplaats en zijn daar sterk trouw aan: meestal broeden ze hoogstens enkele honderden meters van hun geboorteplaats.


Europese verspreiding

90% van de grutto's in Noord-West Europa broedt in Nederland. Daarmee is Nederland het belangrijkste Europese gruttoland. Dit betekent ook dat wanneer Nederland er niet in slaagt de grutto te behouden, de toekomst van deze vogelsoort zeer onzeker is.


Biotoop

Hoogveen, intergetijdenzone, wad, weilanden (uitgestrekt).


Voedsel-en broedbiotoop

Natte of vochtige, matig voedselrijke kruidenrijke graslanden met een lange vegetatie die in de ruimte gevarieerd is, en welke laat in de zomer (augustus / september) gemaaid wordt. Grutto's kunnen ook foeragerend worden aangetroffen langs de kust en in het Waddengebied en op slikken langs rivieren. Volwassen vogels eten emelten en regenwormen. Jonge vogels jagen in lang gras op insecten als langpootmuggen en andere insecten. Een onopvallend grasnest wordt gemaakt in de lange vegetatie, bij voorkeur in de nabijheid van ruigere delen in het veld.


Gedrag

In geschikte broedgebieden kunnen grutto's in grote getale voorkomen. Meestal broeden er ook andere weidevogels bij: tureluurs, watersnippen en kieviten bijvoorbeeld. Een door alle weidevogels gevreesde vijand is de wezel. Wordt er door één vogel een indringer opgemerkt, dan bundelen alle vogels de krachten en openen een felle tegenaanval, die meestal succes heeft.


Trekroute

Vanuit Nederland trekken grutto's over Frankrijk, via Spanje naar Marokko. Hier verzamelen ze energie om de Sahara over te steken. Vele grutto's trekken ook langs de kust. Een ander deel van de grutto's trekt via Italië (Toscane) naar Afrika.


Overwinteringsgebied

Via Marokko trekken Nederlandse vogels naar Senegal en Guinee-Bissau, waar jonge vogels een jaar blijven.


Oorzaak afname/toename

De belangrijkste oorzaken voor de afname van de grutto zijn: De ontwatering die tot verdroging van de bodem en een afname aan bodemleven leidt, de steeds vroegere eerste maaidatum, die veel pasgeboren jongen het leven kost en de hoge veebezetting, waardoor veel legsels vertrapt worden. Dit alles leidt ertoe, dat overleven van grutto's in het Nederlandse buitengebied niet mogelijk is zonder aanvullende beschermingsmaatregelen. Dàt is de harde conclusie die uit in de jaren tachtig gedaan onderzoek getrokken kan worden. Wat houdt dat alles in voor boeren, overheid en vogelaars? Ten eerste zal het huidige relatienota-beheer gehandhaafd en waar mogelijk uitgebreid moeten worden. Gebleken is, dat grutto's niet veel opschieten met een licht beheer. Daarom zal het accent sterker op de zwaarste beheersovereenkomsten en op reservaatvorming moeten liggen. Dat houdt vooral in, dat er niet voor 1 juni gemaaid mag worden. In de omliggende weidegronden hangt het vooral van de samenwerking tussen boer en weidevogelbeschermer af, of de grutto zich kan handhaven. Nestbescherming en gerichte maatregelen bij het maaien kan de grutto hier serieus bij helpen. Van belang is om de weide tussen half april en half mei zo veel mogelijk met rust te laten. Als er toch gemaaid wordt, dan het liefst van binnen naar buiten, en gespreid over zoveel mogelijk dagen. De kuikens hebben dan een maximale kans om uit de greep van de messen te blijven. Tot slot: Natuurbouw (lees: moerasontwikkeling) lijkt de soort weinig perspectief te bieden. In dergelijke moerasgebieden kunnen hooguit enkele grutto-paartjes tot broeden komen. Grutto-bescherming is, dat moet eenieder die zich er mee bezig houdt beseffen, in de eerste plaats bescherming van een symbool van een uniek Nederlands cultuurlandschap. Tegelijk is het echter bescherming van een vogelsoort, die het in zijn oorspronkelijke leefomgeving erg slecht gaat, en wiens voortbestaan zonder zijn talrijke voorkomen in ons land waarschijnlijk bedreigd zou zijn!


Aantal en trend

In grote delen van het land is het aantal grutto's tot in de jaren vijftig toegenomen. De toegenomen voedselrijkdom door de intensievere bemesting was daar debet aan. Omstreeks midden jaren zestig kon de grutto het tempo van de agrarische veranderingen niet meer bijbenen. Sindsdien is het bergafwaarts gegaan: Anno 1990 naar schatting een kwart minder grutto's in kerngebieden en 50 tot 100 procent minder in de overige broedgebieden. Een schatting van de totale populatie voor midden jaren tachtig komt op 85.000 tot 100.000 paar. Inmiddels is de stand opnieuw drastisch afgenomen: er resteren nog 46.000 paren (2000) en de populatie neemt nog steeds fors af.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Jaarvogel. Talrijke broedvogel en doortrekker in groot aantal; IJslandse ondersoort doortrekker in klein aantal, wintergast in zeer klein aantal.


Overige namen

Black-tailed Godwit , Limosa limosa


Orde

Charadriiformes


Familie

Strandlopers (Scolopacidae)


Broedperiode

Eind april tot begin juni


Aantal eieren

4


Aantal legsels

1


Snavel

Zeer lange, rechte snavel, welke in de punt een grote bundeling van zenuwen bezit, zodat de gruttosnavel een ultra-gevoelig eetinstrument is. Met de lange snavel kan de grutto bij bodemdieren die voor andere vogels ontoegankelijk zijn.


Poten

Lange, donker gekleurde poten, geschikt voor waden in ondiep water en uitkijken over de vegetatie waarin gebroed wordt.


Opvallende kenmerken

Onmiskenbare vogelsoort: geen andere Europese vogel heeft zo'n lange rechte snavel.


Voedsel

Regenwormen en emelten.




Welke ander leefgebieden

Biesbosch
Biesbosch
Krammer-Volkerak
Krammer-Volkerak
Haringvliet
Haringvliet