Vogels

Kanoet
Kanoet

De kanoet (de oude naam is kanoetstrandloper) is een forse steltloper die tussen andere familieleden een beetje plompe indruk maakt. De biologie van de kanoet is uitgebreid onderzocht; slechts naar weinig andere steltlopers wordt zoveel studie uitgevoerd. Kanoeten eten vooral nonnetjes, dat zijn kleine tweekleppigen die allerlei kleuren kunnen hebben. In het voorjaar en de zomer zijn kanoeten prachtig roestrood aan de onderzijde. In Nederland zijn ze echter slechts weinig in zomerkleed te zien. Veel groter zijn de aantallen in de winter, wanneer de bovenzijde van de kanoet zilvergrijs en de buik wit is.


Europese verspreiding

De kanoet broedt op Groenland en in Sibierië, dus vrijwel niet in Europa. Voor overwinterende kanoeten zijn de Europese kusten echter van groot belang. Vooral het waddengebied, de Bretonse en Britse kust en zelfs nog zuidelijker de Mediterrane kusten dienen als overwinteringsgebied. De Waddenzee is een zeer belangrijk tankstation voor trekkende kanoeten.


Biotoop

Intergetijdenzone, kust, wad, zee.


Voedsel-en broedbiotoop

Kanoeten broeden in Hoogarctische gebieden in rotsachtige droge toendra's. Het nest is niet meer dan een kuiltje bedekt met mos. Tijdens de voor- en najaarstrek foerageren ze op moddervlakten van getijdengebieden, maar ook op zandstranden en zoetwaterpoelen in de buurt van de kust.


Gedrag

Trekt vaak in grote groepen van het hoge noorden naar West-Afrika, waarbij ze bijtanken in het waddengebied. Een kleine groep kanoeten overzomert in ons land.


Trekroute

Volgt de westelijke kustlijn tot in West-Afrika.


Overwinteringsgebied

West-Afrika


Aantal en trend

In Nederland zijn de hoogste aantallen kanoeten aanwezig van augustus tot en met novermber/december; ongeveer 30% van de Noordwest-Europese winterpopulatie. De voorjaarstrek laat sterke fluctuaties zien. Er lijkt een relatie te zijn met het al dan niet voorkomen van perioden met langdurige oostenwind tijdens de hoofdtrek in mei.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Jaargast. Doortrekker en witnergast in groot aantal; zomergast in vrij klein aantal.


Overige namen

Red Knot , Calidris canutus


Orde

Charadriiformes


Familie

Strandlopers (Scolopacidae)


Broedperiode

Juni - Juli


Aantal eieren

Meestal 4 eieren


Aantal legsels

1


Snavel

Even lang als de kop.


Poten

Relatief kort, in het voorjaar zwart en in het najaar grijsgroen van kleur.


Opvallende kenmerken

De grootte van de kanoet en zijn relatief plompe vorm maken kanoeten opvallende verschijningen tussen familieleden.


Voedsel

In de wintermaanden kleine schaaldieren, kreeftachtigen, wormen en slakken, in de zomer insecten, spinnen, zaden en knoppen.




Welke ander leefgebieden