Vogels

Kleine mantelmeeuw
Kleine-mantelmeeuw-01---a.-dela-sencerie

Van de meeuwensoorten die in ons land voorkomen hebben alleen de geelpootmeeuw en de kleine mantelmeeuw gele poten. De kleine mantelmeeuw verschilt van de geelpootmeeuw door de donkere mantel. Het is een jaarvogel die erg aan de kust gebonden is. In Nederland is het een algemene broedvogel met kolonies op diverse Waddeneilanden en bijvoorbeeld op de Maasvlakte in Zuid-Holland. De kleine mantelmeeuw is aan een flinke opmars bezig. De aantallen zijn maar liefst zeven keer zo groot als enkele decennia geleden (1977). Daarmee is de kleine mantelmeeuw tegenwoordig bijna net zo algemeen als de zilvermeeuw. In het Waddengebied en in de Zeeuwse Delta zijn de aantallen het grootst. Dat is niet verwonderlijk, want de kleine mantelmeeuw is vooral een kustvogel die broedt in duinvalleien en op kustvlakten. Er zijn echter enkele broedplaatsen in het binnenland (Budel-Dorplein). Een aanzienlijk deel van de totale Europese populatie (18%) verblijft in het late voorjaar op en aan de kust van de Nederlandse Noordzee.


Europese verspreiding

Kleine mantelmeeuwen komen voor in Noord- en West-Europa. Het zijn zeevogels die langs de gehele Atlantische-, Noordzee- en Oostzeekust voorkomen. In kleinere aantallen kunnen kleine mantelmeeuwen ook in het binnenland langs deze zone aangetroffen worden. In Finland broeden kleine mantelmeeuwen ook ver in het binnenland in het merengebied.


Biotoop

Akkers, duinen, kust, stedelijk gebied, weilanden (uitgestrekt), zee


Voedsel-en broedbiotoop

In de broedtijd hoofdzakelijk aan de kust gebonden, buiten het broedseizoen ook meer in het binnenland te vinden, waar ze ook broeden op platte daken van huizen en gebouwen. Kleine mantelmeeuwen zoeken hun voedsel op zee en langs de vloedlijn. Daarbij zoeken ze hun voedsel vaak verder uit de kust dan de zilvermeeuw, waarmee de kleine mantelmeeuw in de broedgebieden samenleeft.


Gedrag

Gedraagt zich als de meeste andere grote meeuwen, als alleseter en rover dus.


Trekroute

Noordelijke vogels trekken via onze kust naar de Atlantische kustgebieden.


Overwinteringsgebied

Frankrijk to Marokko.


Oorzaak afname/toename

De oorzaken van de toename van de kleine mantelmeeuw zijn niet geheel duidelijk. Vermoedelijk speelt de komst van vossen in het duingebied een rol. Hierdoor zouden voornamelijk zilvermeeuwen het iets moeilijker gekregen hebben en zou de kleine mantelmeeuw, een iets sterkere soort, zich beter kunnen handhaven. De toename in Nederland hangt echter ook samen met een sterke toename in de ons omringende landen.


Aantal en trend

De kleine mantelmeeuw broedt nog maar kort in Nederland. Kort althans in biologisch opzicht; het eerste bekende broedgeval dateert uit 1926. De vestiging kwam slechts zeer geleidelijk op gang. In de jaren 1960 broedden nog maar zo'n 80 paren in Nederland. Sindsdien echter zijn de aantallen van de kleine mantelmeeuw hals-over-kop toegenomen. Tegen het einde van de jaren 1970 werden 11.000 paren geteld, tien jaar later waren dat er 23.000. Nog een decennium later werden al meer dan 50.000 paren gemeld en nog altijd nemen de aantallen van de kleine mantelmeeuw toe. De meest recente telling stamt uit 2000; toen werden tot 72.000 paren vastgesteld. Deze spectaculaire toename is ook in de ons omringende landen waargenomen.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Jaarvogel. Talrijke broedvogel; doortrekker in groot aantal, wintervogel in klein aantal


Overige namen

Lesser Black-backed Gull , Larus graellsii


Orde

Charadriiformes


Familie

Meeuwen (Laridae)


Broedperiode

April-juni


Aantal eieren

1-3


Snavel

Dikke gele snavel met rood vlekje op de ondersnavel.


Poten

Gele poten met zwemvliezen.


Opvallende kenmerken

Gele poten in combinatie met de donkergrijze mantel zijn opvallend.


Voedsel

Alleseter




Welke ander leefgebieden

Krammer-Volkerak
Krammer-Volkerak