Vogels

Kwartelkoning
Kwartelkoning

De kwartelkoning is een broedvogel van open graslanden en grazige akkergewassen als klaver, luzerne en karwij. Tijdens het broedseizoen worden insekten, slakken en ander klein gedierte gegeten, de rest van het jaar vormen zaden de hoofdmoot van het menu. Kwartelkoningen brengen de winter door in tropisch Oost-Afrika, iets dat je niet zou verwachten wanneer men kijkt naar het onbeholpen vliegvermogen wanneer een kwartelkoning een stukje vliegt. Kwartelkoningen zijn nachtactief. Kwartelkoningen houden zich bij voorkeur op in hoge en gesloten vegetatie en kunnen bij benadering vrijwel 'ongemerkt' verdwijnen. Alleen de mannetjes maken hun aanwezigheid in het broedseizoen kenbaar met het kenmerkende en luide, raspende crex crex geluid. Dit heeft wel wat weg van het geluid van een duim die over een kam strijkt, en het draagt zo ver dat het in een rustige nacht en in een stille omgeving tot op ruim een kilometer hoorbaar is!  De raspende roep is bijna de enige manier om erachter te komen dat zich ergens een kwartelkoning bevindt.


Europese verspreiding

Kwartelkoningen komen alleen in de zomer (april-september) in Europa voor. Hun broedgebied strekt zich uit van Ierland in het westen tot het Baikalmeer in Siberië in het oosten. De noordgrens wordt ongeveer gevormd door de 62e breedtegraad. In het zuiden broeden ze tot in Zuid-Frankrijk, Italië, de Balkan en Kaukasus. In de winter verblijven de grootste aantallen op de savannes in het oosten en zuidoosten van Afrika. Mogelijk trekken vogels van de Britse Eilanden en Frankrijk via Gibraltar naar Afrika, en nemen de continentale vogels eerder een route via het Midden-Oosten.


Biotoop

Graslanden, rivieren, weiden (kleinschalig)


Voedsel-en broedbiotoop

Bloemrijke hooilanden zijn hét leefgebied van de kwartelkoning. In deze dichte vegetatie vindt de kwartelkoning zijn voedsel, dat bestaat uit emelten, langpootmuggen, eendagsvliegen en meer. Het is verbazingwekkend zo snel als een kwartelkoning zich door een zeer dichte vegetatie kan bewegen. Kwartelkoningen maken per jaar twee legsels, in een nest dat niet veel meer is dan een goed verscholen kommetje van gras.


Gedrag

leeft zeer verborgen en aanwezigheid vaak alleen door het horen van de roep vast te stellen


Trekroute

Continentaal Europa, via de Sahel, naar tropisch Afrika


Overwinteringsgebied

Afrika, ten zuiden van de Sahara


Oorzaak afname/toename

De afname van de kwartelkoning hang zeer nauw samen met veranderingen in de agrarische sector. Het maaien van hooilanden werd steeds verder vervroegd, waardoor nesten en jonge vogels in de cyclomaaiers verdwenen. Hierdoor bereikten steeds minder kwartelkoningen een reproductieve leeftijd. Gezien de lage gemiddelde leeftijd die kwartelkoningen bereiken (gemiddeld drie tot vijf jaar), heeft dit een grote invloed op de duurzaamheid van de populatie. Influxen, zoals die in 1997 en 1999 plaatsvonden, hebben gezorgd voor een herstel van de populatie. Waarschijnlijk hangt dit echter samen met een afname van de geschiktheid van belangrijke broedgebieden in Oost-Europa.


Aantal en trend

De grootste broedpopulaties buiten Nederland vinden we in Oost-Europa en het Aziatische deel van Rusland. In landen als Polen, Wit-Rusland, de Baltische staten en Rusland, waar het landschap duidelijk minder intensief wordt benut, is de kwartelkoningen nog in veel gebieden talrijk. Grote aantallen vinden we ook in het westen van Siberië. In West-Europa vormt Nederland samen met Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië een bolwerk. De totale wereldpopulatie wordt geschat op 1,7 tot 3 miljoen roepende mannetjes, waarvan naar schatting zo'n 90% in Rusland. Deze cijfers bestaan overigens voor een groot deel uit schattingen, omdat complete tellingen zoals in Nederland in een land als Rusland niet mogelijk zijn. In Nederland broedden aan het begin van de eeuw nog tenminste enkele duizenden paren. Met het verdwijnen en verdrogen van vochtige graslanden, de teloorgang van de teelt van klaver en luzerne en de komst van insekticiden verdween zowel het broedbiotoop als de voedselbron van de soort. Op hooi- en akkerland speelt het uitmaaien van jongen daarnaast een belangrijke negatieve rol. De gevolgen van dit alles bleven niet uit: Het aantal broedparen slonk, van 500-1000 begin jaren zestig tot 70-90 in 1992. Belangrijke gebieden zijn Oost-Groningen en het rivierengebied (inclusief de Biesbosch).




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Zomervogel. Zeer schaarse tot schaarse broedvogel; doortrekker in onbekend aantal


Overige namen

Corncrake, Crex crex


Orde

Gruiformes


Familie

Rallen (Rallidae)


Aantal eieren

8-12


Snavel

klein en roze


Poten

rozebruin


Opvallende kenmerken

Typische ralachtige, met rank postuur en lange nek. Rug en bovendelen vallen op door warmbruine kleur en zwarte strepen. Buik, borst en hals zijn blauwgrijs (meestal intensiever gekleurd bij mannetjes). Opvallend lange poten, die vogels laten hangen bij opvliegen uit vegetatie. Kuikens hebben de eerste weken een opvallend zwart donskleed. Mannetjes laten vooral 's nachts het bekende tweelettergrepige "crex crex" horen. Dit geluid is op rustige nachten tot op ruim een kilometer afstand te horen.


Voedsel

Vooral regenwormen, slakken en grotere insecten (spinnen, loopkevers, etc.). Deze worden voornamelijk van de grond opgepikt.




Welke ander leefgebieden