Vogels

Nonnetje
Nonnetje

Het nonnetje is de kleinste van de zaagbekkenfamilie. Maar weinig vogels zijn zo gracieus van tekening als het mannetje, met fraaie zwarte accenten op een spierwit verenkleed. Het vrouwtje gaat minder opvallend door het leven; het opzichtige wit van het mannetje zou het vrouwtje bij het broeden snel fataal worden. Nonnetjes broeden niet in Nederland, maar grote aantallen strijken in de winter neer in het IJsselmeergebied. Vooral het Markermeer is favoriet, nonnetjes jagen er in spectaculair grote groepen (vaak meer dan 250 vogels) op scholen spiering. De aantallen overwinterende vogels zijn sterk afhankelijk van de weersomstandigheden, zowel in Nederland als in geheel Noord-Europa. Nonnetjes broeden - niet in Nederland - in holen, vaak gemaakt door zwarte spechten.


Europese verspreiding

Nonnetjes broeden in Lapland en Rusland, tot diep in Siberië (de boreale arctische taiga-zone). Finland herbergt de grootste aantallen en het gaat er relatief goed met het nonnetje.


Biotoop

Beken en meren, kust, moeras, plassen, rivieren.


Voedsel-en broedbiotoop

Broedt in het hoge noorden in boreale bossen aan traagstromende rivieren en heldere meren. Het nest wordt gemaakt in een boomholte en bekleed met dons. In Nederland zijn nonnetjes vooral te vinden op grotere wateren. Het Markermeer en IJsselmeer zijn favoriet, maar ook op de plassengebieden (Reeuwijk, Loosdrecht, Vinkeveen en vooral Weerribben en Wieden) zijn soms flinke aantallen te vinden.


Gedrag

Uitstekende duikers, die achter hun prooi aanzwemmen. Nonnetjes jagen ook in groepen.


Trekroute

De in Nederland overwinterende nonnetjes zijn, afgaande op ringonderzoek, vooral afkomstig uit het noorden van Rusland en uit Siberië.


Overwinteringsgebied

Nederland is een van de belangrijkste overwinteringsgebieden in Noordwest-Europa.


Aantal en trend

De aantallen overwinterende nonnetjes varieren sterk. Het is daardoor zeer moeilijk een trend te berekenen. Grote groepen verblijven jaarlijks op het Markermeer.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Wintergast. Doortrekker en wintergast in vrij klein, soms vrij groot aantal.


Overige namen

Smew , Mergellus albellus


Orde

Anseriformes


Familie

Eenden (Anatidae)


Broedperiode

Mei


Aantal eieren

6 - 9


Aantal legsels

1


Snavel

Licht grijze snavel met kleine haak aan punt en tandachtige lamellen op snijranden.


Poten

Poten met zwemvliezen.


Opvallende kenmerken

Mannetje prachtig wit met duidelijk scherp belijnde zwarte tekeningen. In de vlucht maken ze een bonte, zwart-witte indruk.


Voedsel

Eet voornamelijk allerlei visjes, maar ook kreeftachtigen, slakken en waterkevers.




Welke ander leefgebieden

Biesbosch
Biesbosch