Vogels

Noordse stern
Noordse-stern

De sterk op de visdief lijkende noordse stern broedt vooral in arctische streken en overwintert in het zuidpoolgebied, vijftien- tot twintigduizend kilometer vliegen van de broedplaats. En in het voorjaar leggen ze die afstand nog een keer af. Per jaar vliegt een noordse stern (alleen al op trek) de wereld rond. Daarmee zijn ze als de kampioenen onder de trekvogels. Nederland is één van de meest zuidelijke broedplaatsen ter wereld. De soort broedt hier vrijwel alleen in de Wadden en de Delta, op schaars en laag begroeide plaatsen, vaak temidden van visdieven en kokmeeuwen. Het voedsel bestaat uit kleine vis en, meer dan bij de visdief, ongewervelden als garnalen en krabbetjes.


Europese verspreiding

De noordse stern is een echte arctische vogelsoort, die dan ook vooral te vinden is in noordelijke kuststreken. IJsland is een zeer belangrijk land voor de noordse stern. Schotland en Scandinavië zijn ook belangrijk en de aantallen nemen daar zelfs iets toe. Zuidelijker dan Nederland wordt de noordse stern (in de broedtijd) niet aangetroffen.


Biotoop

Kust, wad, zee


Voedsel-en broedbiotoop

Noordse sterns duiken naar kleine vissen en garnalen nabij de kust en verder op zee.


Gedrag

vliegt zeer sierlijk en bidt vaak voordat de vogel zich in het water stort om zijn prooi te pakken


Trekroute

Kustroute


Overwinteringsgebied

Zuidpoolgebied


Oorzaak afname/toename

De afname in de Delta heeft waarschijnlijk deels van doen met het verdwijnen van rust- en broedplaatsen en de veranderingen in de kustfauna als gevolg van de Deltawerken. Daarnaast is wellicht sprake van een terugtrekking uit de meest zuidelijke broedgebieden, een gegeven dat ook speelt in Engeland en Ierland. In Frankrijk is de soort inmiddels verdwenen.


Aantal en trend

Omdat noordse sterns vroeger nogal eens voor visdieven versleten werden, is het moeilijk om een goed beeld van de vroegere aantallen te geven. Waarschijnlijk hebben in ons land nooit meer dan enkele duizenden paren gebroed. In 1954 werd de stand geschat op 2500 paar. Na de bij de andere sterns beschreven terugval in de jaren zestig trad een voorzichtige toename op tot een maximum van 1600 paar rond 1980. Sindsdien schommelden de aantallen jaarlijks tussen de 1000 en 2000 paar, maar sinds midden jaren ' 90 nemen de aantallen in het gehele (internationale) waddengebied toe. De meeste Nederlandse noordse sterns broeden in het Waddengebied, speciaal op Griend, Rottummerplaat en op de overige Waddeneilanden. Buiten de Wadden herbergt alleen het Deltagebied aantallen van enige betekenis. Hier broeden enkele tientallen paren en vindt een gestage afname plaats.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Zomervogel. Vrij schaarse broedvogel; doortrekker in vrij groot aantal


Overige namen

Arctic Tern , Sterna paradisaea


Orde

Charadriiformes


Familie

Sterns (Sternidae)


Snavel

donkerrood, zonder zwarte punt


Poten

donkerrood en zeer kort


Opvallende kenmerken

Lijkt sterk op visdief maar is te herkennen aan een aantal subtiele kenmerken. De kop, snavel en hals zijn iets korter en de staart wat langer, met als resultaat dat de vleugels iets voor het midden van het lichaam geplaatst lijken


Voedsel

kleine visjes en soms ook kreeftachtigen zoals garnalen en insecten




Welke ander leefgebieden