Vogels

Roodborsttapuit
Roodboersttapuit-01---a.-de-la-sencerie

Roodborsttapuiten zijn vogels van open tot halfopen, vaak droge terreinen met enige struweelopslag of hoog opschietende kruiden, zoals heidevelden. Het goed verborgen nest wordt op of net boven de grond gebouwd. Vanaf een uitkijkpost in het territorium wordt het grootste deel van het uit insekten en ander klein gedierte bestaande voedsel opgespoord. Onze roodborsttapuiten brengen de winter veelal door in Zuidwest-Europa.


Europese verspreiding

De roodborsttapuit komt bijna overal voor in gematigd Europa.


Biotoop

Duinen, heide, hoogveen, rietland en ruigte.


Voedsel-en broedbiotoop

Roodborsttapuiten zoeken hun voedsel en nestgelegenheid in structuurrijke open gebieden. Vaak zijn dit overgangszones van open gebied (heide) naar bos. De toppen van lage bomen en struiken worden veel als uitkijk- en zangpost gebruikt. Het nest wordt laag bij de grond gemaakt, goed verscholen in een dichte vegetatie.


Gedrag

Zit vaak op een hoge uitkijkpost te zoeken naar prooien.


Trekroute

Continentaal Europa


Overwinteringsgebied

Frankrijk en het Iberisch Schiereiland.


Oorzaak afname/toename

De afname van de roodborsttapuit is vrijwel beperkt tot het agrarisch gebied. Daarmee staat de soort model voor de steeds verdere verarming van het landelijk gebied. Veelbetekenend is dat de soort vaak meteen na uitvoering van een herverkaveling verdween. Als belangrijkste oorzaken worden genoemd: Het verdwijnen van overhoekjes, het spuiten en branden van sloten, greppels en akkerranden, de groeiende populariteit van - zwaar bemeste - maïsakkers en de verarming van agrarische graslanden.


Aantal en trend

De roodborsttapuit is in ons land een vogel van heidevelden, open duinen, zandige cultuurlandschappen en dijken. In de eerste helft van de eeuw broedden hier naar schatting enkele duizenden paren, maar de aantallen konden van jaar op jaar sterk wisselen. Na 1960 lijkt in grote delen van het land een afname te zijn ingezet, met name op de zandgronden. De afname is het grootst in Midden-Nederland, Oost-Brabant, Limburg, Texel en de Achterhoek. Elders is eerder sprake van stabilisatie en in Zeeuws-Vlaanderen zelfs van een toename (vooral veroorzaakt door de relatief warme voorjaren en de milde winters in het wat noordelijker gesitueerder overwinteringsgebied). De laatste jaren gaat het weer goed met de roodborsttapuit; ondanks het gegeven dat de areaal afneemt, groeit het aantal broedparen. De huidige populatie wordt geschat op 6.500 - 7.000 paar.

 




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Jaarvogel. Vrij talrijke broedvogel; doortrekker in vrij klein aantal; wintervogel in uiterst klein aantal.


Overige namen

Stonechat , Saxicola rubicola


Orde

Passeriformes


Familie

Lijsters (Turdidae)


Aantal eieren

5-6


Snavel

Spits en zwart.


Poten

Zwart


Opvallende kenmerken

In alle kleden met een oranje borst en mannetjes met een zwarte kop en witte halszijden.


Voedsel

Voornamelijk insecten maar ook wormen, spinnen, slakken, zaden en bessen.




Welke ander leefgebieden