Vogels

Roodkeelduiker
Roodkeelduiker----a.-de-la-sencerie

De roodkeelduiker is een vrij diep in het water liggende duikvogel, met een dunne spitse, tamelijk omhoog gerichte snavel. Roodkeelduikers broeden langs kleine meren in de noordelijke streken van Europa. Gedurende de balts laten ze metaalachtige kreten horen, die soms met een lange, luide, klaaglijke roep beginnen. Deze klaaglijke kreet, die ze ook buiten het broedseizoen laten horen, bezorgde ze vroeger de bijnaam regengans. Men geloofde dat als ze deze kreet hoorde er gauw regen zou komen. De roodkeelduiker broedt niet in Nederland. Op doortrek echter passeert een groot aantal roodkeelduikers onze kust, op weg naar nog zuidelijker gebieden. Bovendien blijft een flink aantal roodkeelduikers voor de Nederlandse kust overwinteren. We krijgen deze vogels helaas niet in broedkleed te zien in Nederland.


Europese verspreiding

Roodkeelduikers broeden langs kleine meren in de noordelijke streken van Europa.


Biotoop

Beken en meren, kust, plassen, zee


Voedsel-en broedbiotoop

Ze broeden vaak op kleine meertjes zonder vis op toendra en beboste moerassen. Ze foerageren op grote meren en langs de kust. Roodkeelduikers hebben geen echt nest. Ze leggen hun eieren of op de grond of op waterplanten.


Gedrag

De roodkeelduikers hebben een bijzonder baltsritueel. Soms schieten er wel vier duikers tegelijk in het water. Ze liggen dan laag in het water en houden kop en hals vooruit of omhoog gestoken. Behalve zwemmen kunnen ze ook al watertrappelend over het water rennen, waarbij ze met hun vleugels op het water slaan.


Overwinteringsgebied

Strekt zich uit tot het Middellandse zeegebied.


Aantal en trend

De roodkeelduiker stond voorheen te boek als doortrekker en wintergast in zeer klein aantal. Met de huidige telmethode (tellingen vanaf schepen op zee) is er een beter beeld gekomen van de aantallen roodkeelduikers in onze kustwateren. Bij huidige tellingen worden de aantallen geschat op maximaal 10.000 (ruim 10% van de Noordwest-Europese populatie) Gezien de strandvondsten in de jaren veertig tot zestig in vergelijking met die van de afgelopen jaren, doet vermoeden dat de aantallen roodkeelduikers halverwege de 20e eeuw beduidend hoger waren.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Wintergast. Doortrekker en wintergast in vrij klein tot vrij groot aantal


Overige namen

Red-throated Loon , Gavia stellata


Orde

Gaviiformes


Familie

Duikers (Gaviidae)


Broedperiode

Mei


Aantal eieren

2 eieren


Aantal legsels

1 legsel


Snavel

Lange dunne spitse dolkvormige tamelijk omhoog gerichte snavel.


Poten

Poten met zwemvliezen.


Opvallende kenmerken

Kleinste duiker met plat voorhoofd en achterhoofd meestal iets hoekig en snavel iets omhoog gehouden en platte verticale borst. In de vlucht dunne, iets doorhangende hals, waardoor de vogel een gebochelde indruk maakt.


Voedsel

Het hoofdvoedsel bestaat uit vis, maar eet ook garnalen en mosselen




Welke ander leefgebieden

Voordelta
Voordelta