Vogels

Scholekster
Scholekster-02---a.-de-la-sencerie

Scholeksters zijn vrij stevig gebouwde, zwart-witte steltlopers die algemeen in het binnenland kunnen worden aangetroffen. De grootste aantallen bevinden zich in het Noorden en Westen van het land, de Veluwe, Zuid-Limburg en Flevoland huisvesten nauwelijks Scholeksters. Opvallend is dat scholeksters vaak allemaal dezelfde kant op zitten, zodat ze elkaar niet hinderen wanneer gevlucht moet worden voor naderend gevaar. Om dezelfde reden wordt altijd een onderlinge afstand van ongeveer een meter gehandhaafd. De snavel van een scholekster is handig om in het wad naar mossels en kokkels te zoeken en ook om ze te openen en het schelpdiertjes eruit te eten. De snavel slijt wel erg hard van al dat harde materiaal. Gelukkig groeit hij ook snel weer, ongeveer 0,4mm per dag. Als de snavel niet zou slijten dan zou hij doorgroeien en op den duur krom worden. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij scholeksters die in gevangenschap leven en hun snavel niet goed kunnen gebruiken en dus niet goed kunnen afslijten. De snavel van de scholekster slijt op het wad trouwens sneller dan op het land. In de zomer, als hij veel op het wad is, heeft de scholekster een kortere snavel dan in de winter, wanneer hij voedsel zoekt op het land.


Europese verspreiding

Scholeksters komen in het gehele Palearctische gebied voor. De nominaatvorm komt in Europa vooral voor langs de kusten van Noordwest-Europa, maar ook in het Middellandse Zeegebied leven scholeksters.


Biotoop

Graslanden, intergetijdenzone, kust, weiden (kleinschalig), weilanden (uitgestrekt).


Voedsel-en broedbiotoop

Scholeksters zijn zowel weidevogels als kustvogels. In beide biotopen kunnen ze volop aangetroffen worden. Het nest is niet meer dan een klein kuiltje in de grond. Tegenwoordig broeden ze ook vaker op platte kiezel daken in het stedelijk gebied.


Gedrag

Buiten het broedseizoen zijn scholeksters vaak in grote groepen te zien in de kustgebieden. Hier verzamelen de scholeksters zich tijdens hoog water in grote groepen op de hoogwatervluchtplaatsen, waar ze meestal met zijn allen dezelfde kant op staan.


Trekroute

Scholeksters trekken voornamelijk langs de kust.


Overwinteringsgebied

Scholeksters die in Nederland broeden blijven hier het gehele jaar. Scandinavische scholeksters trekken naar het zuiden, opmerkelijk genoeg tot ver voorbij Nederland.


Oorzaak afname/toename

In het waddengebied is een belangrijke oorzaak voor de achteruitgang van de scholekster de grootschalige mechanische schelpdiervisserij - en dan met name de grootschalige mechanische mosselvisserij. De mosselen - belangrijk voedsel voor de scholekster - worden er met grote 'stofzuigers' opgezogen. Het aantal mosselbanken is sterk afgenomen.


Aantal en trend

Recentelijk is het aantal scholeksters drastisch afgenomen, als gevolg van voedselschaarste in de Waddenzee. De aantallen die in de Atlas van de Nederlandse Broedvogels (SOVON, 2002) worden genoemd, namelijk 80.000 - 130.000 paren, zijn dan ook achterhaald. Over de preciese omvang van de Nederlandse populatie bestaat echter door problemen met de uivoering van tellingen, enige onduidelijkheid.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Jaarvogel. Talrijke broedvogel; doortrekker en wintervogel in zeer groot aantal.


Overige namen

Oystercatcher , Haematopus ostralegus


Orde

Charadriiformes


Familie

Scholeksters (Haematopodidae)


Broedperiode

April - mei


Aantal eieren

2 - 3 eieren


Aantal legsels

1


Snavel

Lange roodoranje snavel.


Poten

Roze tot oranje achtige poten.


Opvallende kenmerken

Lange rode snavel, oranje roze poten en een zwartwit verenkleed.


Voedsel

Mosselen, kokkels en kreeftachtigen in de kustgebieden en in weidegbeiden eten ze voornamelijk wormen en insecten(larven).




Welke ander leefgebieden

Duinen Goeree & Kwade Hoek
Duinen Goeree & Kwade Hoek
Voordelta
Voordelta
Grevelingen
Grevelingen