Vogels

Tafeleend
Tafeleend-01---a.-de-la-sencerie

Met hun roodbruine kop met middenin een knalrood oog, zwarte borst en grijs lichaam zijn mannetjes tafeleenden opvallende verschijningen. Je kunt ze het hele jaar tegenkomen, maar vooral in de herfst, winter en vroege voorjaar zitten er heel veel in ons land. Tafeleenden zijn duikeenden maar soms zie je ze ook grondelen als een wilde eend. Op die manier zoeken ze voedsel tussen waterplanten: jonge scheuten van waterplanten en wat zich daar eventueel aan gedierte tussen ophoudt. Het mannetje van de tafeleend trek al in juni weg als het vrouwtje nog aan het broeden is. In grote aantallen trekken ze naar de grote meren in Europa, waaronder het IJsselmeer, om te ruien. De vrouwtjes en de jongen volgen later.


Europese verspreiding

De Tafeleend heeft een Centraal-Europese verspreiding. In de winter trekken tafeleenden weg naar overwinterinsgebieden rondom de Middellandse Zee en de Zuid-Europese landen.


Biotoop

Beken en meren, moeras, plassen, rivieren.


Voedsel-en broedbiotoop

De tafeleend broedt in de buurt van eutrofe meren en moerassen, met een minimale waterdiepte van 1 meter. Het nest bestaat uit een stapel planten bekleed door het vrouwtje aan de binnenzijde met mos. Meestal duiken ze naar dierlijk, maar vooral plantaardig voedsel.


Gedrag

Het mannetje van de tafeleend trek al in juni weg als het vrouwtje nog aan het broeden is. In grote aantallen trekken ze naar de grote meren in Europa, waaronder het IJsselmeer, om te ruien. De vrouwtjes en de jongen volgen later.


Overwinteringsgebied

Overwinterende vogels kunnen zowel in Nederland als de landen om de Middellandse Zee worden aangetroffen.


Aantal en trend

Het aantal broedparen is ten opzichte van de jaren zeventig (1000-1300 paar) toegenomen, maar laten een stagnatie zien in de jaren tachtig (1600-2300 paar).




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Jaarvogel. Vrij schaarse broedvogel; doortrekker en wintervogel in groot aantal.


Overige namen

Pochard , Aythya ferina


Orde

Anseriformes


Familie

Eenden (Anatidae)


Broedperiode

Eind april - begin mei


Aantal eieren

6 tot 11


Aantal legsels

1


Snavel

Loodgrijs met zwarte punt 'in inkt gedoopt'.


Poten

Met zwemvliezen.


Opvallende kenmerken

Mannetjes heeft roodbruine kop en licht grijs verenkleed.


Voedsel

Voedt zich met kleine waterdietjes en met wortels, bladeren en knoppen van onderwaterplanten.




Welke ander leefgebieden

Biesbosch
Biesbosch
Krammer-Volkerak
Krammer-Volkerak