Vogels

Tapuit
Tapuit---a.-de-la-sencerie

Tapuiten zijn op de grond levende vogels van rotsige hellingen, toendra's, droge graslanden, duinen, hoogvenen en heidevelden. Deze lijsterachtigen broeden in holen; het nest bevindt zich vaak in een konijnehol. Het uit insekten en ander klein gedierte bestaande voedsel wordt liefst op schaars begroeide, insectenrijke plaatsen verzameld. Tapuiten zijn trekvogels en overwinteren op de Afrikaanse savannen.


Europese verspreiding

De tapuit is het meest wijdverspreide lid van zijn familie; de soort is overal in Europa aan te treffen, zelfs op de eilanden in Noordzee en Atlantische Oceaan.


Biotoop

Duinen, grassteppe, heide, hoogveen, stuifzanden, weiden (kleinschalig)


Voedsel-en broedbiotoop

Tapuiten zijn aangewezen op (oude) konijnenholen die ze gebruiken als broedplaats. Nu het aantal konijnen in ons land afneemt, lijkt de tapuit in deze neergang meegesleept te worden.


Trekroute

Continentaal Europa


Overwinteringsgebied

Tropisch Afrika


Oorzaak afname/toename

Ondanks het stoppen van de ontginning van woeste gronden en de bescherming van veel van onze duingronden zet de afname van de tapuit door. Vooral de grote milieuproblemen lijken hiervan de oorzaak te zijn. De vermesting leidt tot het verdwijnen van schrale vegetaties en open, zandige plekken, die nu juist een onmisbaar deel van de leefomgeving van de soort vormen. In steppen van pijpestro of duinriet hebben tapuiten weinig te zoeken.


Aantal en trend

De Nederlandse tapuiten zijn van oudsher vooral te vinden in de duinstreek en op heidevelden en zandverstuivingen in het midden en oosten des lands. Rond 1900 ging het naar schatting om enkele duizenden paren. Met de bebossing en ontginning van veel woeste gronden nam de oppervlakte geschikt broedgebied flink af. Begin jaren zeventig waren nog 2000-3000 paar tapuiten over, waarna het bestand verder afnam tot 1500-1900 paar rond 1990. In Noord-Brabant en Limburg is de tapuit nu een zeldzame broedvogel. De belangrijkste overgebleven regio's zijn de duinstreek (met meer dan de helft van het Nederlandse broedbestand), Drenthe en de Veluwe. Met name in de duinen gaat de afname echter onverminderd voort. In de periode 1998 - 2000 werden nog slechts 600 - 800 paren geteld.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Zomervogel. Schaarse broedvogel; doortrekker in vrij groot aantal


Overige namen

Wheatear , Oenanthe oenanthe


Orde

Passeriformes


Familie

Lijsters (Turdidae)


Snavel

Zwart


Poten

Zwart


Opvallende kenmerken

Vogel met typisch gedrag en een opvallend kleed.




Welke ander leefgebieden