Vogels

Topper
Topper

De topper is een op de kuifeend lijkende duikeendensoort, de rug is echter veel lichter grijs van kleur. In Nederland broedt de topper waarschijnlijk niet, hoewel enkele vogels hier wel de zomer doorbrengen. Als overwinteringsgebied zijn het IJsselmeer en - vooral bij strenge vorst - de Waddenzee van groot internationaal belang. De toppers eten vooral driehoeksmosselen die ze opduiken in wateren tot ongeveer 14 - 15 meter diepte.


Europese verspreiding

De Topper komt wijd verspreid voor, van IJsland via de Noorse kust, Finland tot ver oostelijk in Rusland langs de Barentszee. In Azië en in Noord-Amerika leeft een andere ondersoort van de topper.


Biotoop

Beken en meren, plassen.


Voedsel-en broedbiotoop

Relatief ondiepe wateren - tot zo'n 15 meter diepte - waarin veel driehoeksmosselen leven en die in de winter niet te snel dichtvriezen vormen een uitstekend winterverblijf voor de topper. In het broedgebied leeft de topper vooral op toendrameren. Het nest wordt dikwijls gemaakt in open gebied en is niet meer dan een kuiltje in de grond, bekleed met dons en planten.


Gedrag

Duikeenden die zelden voet aan land zetten; alleen om te broeden.


Trekroute

Toppers die in Nederland overwinteren zijn afkomstig van IJsland, uit Finland, Noorwegen en Siberië. Trek vindt dus plaats vanuit die richtingen.


Overwinteringsgebied

Nederland is een zeer belangrijk overwinteringsgebied voor de topper. Maar liefst de helft van de totale Noordwest-Europese populatie brengt in het IJsselmeergebied en de Waddenzee de winter door.


Aantal en trend

Het aantal toppers dat in de winter in Nederland verblijft varieert zeer sterk (van 2.000 tot 62.000 vogels). In de jaren '80 zorgde een toename van de hoeveelheid beschikbare driehoeksmosselen voor een significante toename van het aantal overwinterende toppers. Een afname in het Waddengebied werd gecompenseerd door een toename van het aantal vogels in het IJsselmeer.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Jaargast. Doortrekker en wintergast in groot aantal; zomergast in zeer klein aantal.


Overige namen

Scaup , Aythya marila


Orde

Anseriformes


Familie

Eenden (Anatidae)


Broedperiode

Eind mei -juni


Aantal eieren

7 - 11


Aantal legsels

1


Snavel

Licht grijze eendensnavel.


Poten

Korte donkere poten met zwemvliezen.


Opvallende kenmerken

Duikeend die erg lijkt op de kuifeend maar een veel lichtere rug heeft en kuif ontbreekt. Vrouwtje heeft een opvallend breed wit gebied rond snavelbasis.


Voedsel

Op het menu staan mosselen, andere mollusken, krabben en zeegras.




Welke ander leefgebieden

Voordelta
Voordelta
Haringvliet
Haringvliet