Vogels

Watersnip
Watersnip---a.-de-la-sencerie

Watersnippen zijn broedvogels van vochtige open terreinen met een weke bodem, zoals veenmoerassen. Met hun lange en uiterst gevoelige snavel sporen ze op en in de bodem naar allerlei kleine diertjes. Dat werkt echter alleen als die bodem vochtig en zacht is; in een harde bodem kan hij zijn voedsel niet bereiken. Op de grond zijn watersnippen uitstekend gecamoufleerd. Het is dan ook vooral in vlucht dat watersnippen opvallen. Het typische 'drummen' van watersnippen - een duikvlucht waarbij de stijve buitenstaartveren een resonerend geluid maken, als van een geit - is helaas steeds minder te horen in Nederland. De in Nederland broedende watersnippen zijn trekvogels die in Zuid-Engeland en Zuidwest-Europa overwinteren.


Europese verspreiding

De watersnip komt voor in bijna geheel Noord- en Centraal-Eurazië


Biotoop

Graslanden, hoogveen, intergetijdenzone, moeras, oevers, rietland en ruigte, weilanden (uitgestrekt)


Voedsel-en broedbiotoop

Watersnippen zoeken hun voedsel, dat hoofdzakelijk bestaat uit kleine gewervelde en ongewervelde dieren, in de bovenste laag van slikkige bodems en veen.


Gedrag

Vliegt bij verstoring roepend op en verdwijnt zigzaggend en hoog uit beeld of landt een eind verder op in de vegetatie. Meestal in kleine groepjes te vinden, nooit in grote groepen zoals bij veel andere steltlopers. Vliegt tijdens het baltsen rondjes en maakt duikvluchten waarbij de stijve buitenste staartpennen een 'blatend' geluid maken


Trekroute

Continentaal Europa


Overwinteringsgebied

Zuid-Europa


Oorzaak afname/toename

De voornaamste oorzaken voor de afname van de watersnip zijn de intensivering van het agrarisch gebruik van de veenweidegronden in het westen en de ontginning van de hoogvenen in het oosten des lands. Ontwatering, overmatig gebruik van kunstmest, een hoge veebezetting en het verdwijnen van lage, modderige slootkanten zijn daarbij de grootste boosdoeners.


Aantal en trend

Het aantal broedparen van de watersnip in ons land holt al enige decennia achteruit. Rond 1950 waren er nog vele duizenden paren. Toen zette een afname in, eerst vooral in de hoogvenen van Noord-Brabant en Limburg, later ook elders, inclusief de bolwerken in de veenweidegebieden van Friesland en de Hollanden. Rond 1990 werd het landelijk totaal geschat op 2400-3100 broedparen, naar schatting een kwart van het aantal begin jaren zestig. Het aantal watersnippen blijft sterk afnemen, zo bleek uit tellingen in 1998-2000. Het aantal watersnippen moest worden bijgesteld naar 1.200 tot 1.500 paren.




» Terug naar het overzicht



Eigenschappen


Status

Jaarvogel. Vrij schaarse broedvogel; doortrekker in groot aantal; wintervogel in vrij klein aantal


Overige namen

Common Snipe , Gallinago gallinago


Orde

Charadriiformes


Familie

Strandlopers (Scolopacidae)


Broedperiode

mei-augustus


Aantal eieren

4


Snavel

lange rechte snavel


Poten

vrij kort en grijsgroen van kleur


Opvallende kenmerken

plompe vogel met een gestreepte kop en een buitenprotortioneel lange snavel


Voedsel

kleine ongewervelde en gewervelde dieren




Welke ander leefgebieden